U bent hier: Regelingen » Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no risk polis gericht op re integratie 2010 gemeente Oosterhout » 01-09-2010
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie 2010, gemeente Oosterhout
Deze regeling is in werking getreden op 01-09-2010.
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Oosterhout |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie 2010, gemeente Oosterhout |
| Citeertitel | Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie 2010, gemeente Oosterhout |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
|
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp | maatschappelijke zorg en welzijn |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Uitvoeringsbesluit op basis van de Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
- Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout
- Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout
- Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2

- Algemene groepsvrijstellingsverordening (EG) nr. 800/2008 van de commissie van 6 augustus 2008
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 01-09-2010 | nieuwe regeling | 27-07-2010 Weekblad Oosterhout, 04-08-2010 |
BI.0100918 |
Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Oosterhout;
gelezen het daartoe strekkende voorstel behandeld in zijn vergadering van 27 juli 2010;
gelet op artikel 8, lid 4 en artikel 13 van de Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout, de algemene groepsvrijstellingsverordening (EG) nr. 800/2008 van de commissie van 6 augustus 2008; en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
;
overwegende dat het noodzakelijk is de verstrekking van loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie bij uitvoeringsbesluit te regelen;
besluit
vast te stellen: “het uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie 2010, gemeente Oosterhout”.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
- 1. Alle begrippen die in dit uitvoeringsbesluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout
- 2. In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder:
- a. verordening: de Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout;
- b. uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel g, van de verordening, die kan worden aangemerkt als kwetsbare werknemer, zoals genoemd in artikel 2, lid 18 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (EG) nr. 800/2008 van de commissie van 6 augustus 2008;
- c. deelnemer Work First: de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel r van de verordening, die een dienstbetrekking heeft met toepassing van het uitvoeringsbesluit Work First en direct voorafgaand aan dit dienstverband kan worden aangemerkt als kwetsbare werknemer, zoals genoemd in artikel 2, lid 18 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (EG) nr. 800/2008 van de commissie van 6 augustus 2008;
- d. loon: het bruto contract loon, lager dan 150% van het geldende minimumloon, uit de met toepassing van dit besluit verkregen betrekking inclusief werkgeverslasten;
- e. werkgever: de privaatrechtelijke rechtspersoon, rechtmatig gevestigd te Nederland dan wel publiekrechtelijke rechtspersoon te Nederland;
- f. werknemer: de persoon die een dienstverband heeft met toepassing van dit uitvoeringsbesluit;
- g. aanvrager: de werkgever als bedoeld onder e, die een dienstverband aangaat met een persoon als bedoeld onder b of onder c
- h. no-risk polis: de polis die door het college ten behoeve van de aanvrager bij een verzekeraar wordt afgesloten ter vergoeding van geleden loonschade als gevolg van ziekteverzuim ten tijde van het dienstverband;
- i. regulier werk: een dienstverband waarbij geen sprake is van inzet van voorzieningen als bedoeld in dit uitvoeringsbesluit.
Hoofdstuk 2 Voorzieningen
Artikel 2 De voorzieningen
- 1. De volgende voorzieningen kunnen aan de werkgever worden aangeboden:
- a. een loonkostensubsidie;
- b. een no-risk polis.
- 2. de loonkostensubsidie als bedoeld in lid 1, onderdeel a, wordt verstrekt ter compensatie van een verminderde productiviteit en ten behoeve van begeleiding van de werknemer gericht op het zo goed mogelijk functioneren bij de werkgever.
Artikel 3 Recht op de voorzieningen
Een werkgever, niet zijnde de opdrachtnemer als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel i, van het uitvoeringsbesluit Work First, die een persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel b of c een dienstverband aanbiedt, kan in aanmerking komen voor de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, als voldaan wordt aan de verplichtingen genoemd in artikel 6.
Artikel 4 Duur van de voorzieningen
- 1. De duur van de loonkostensubsidie voor de uitkeringsgerechtigde en de deelnemer Work First is één jaar.
- 2. De no-risk polis wordt verstrekt voor maximaal één jaar.
- 3. Een voorziening duurt nooit langer dan het dienstverband.
Artikel 5 Hoogte van de voorzieningen
- 1. De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt:
- a. gedurende de eerste 6 maanden 40% van het loon;
- b. gedurende de volgende 6 maanden 20% van het loon.
- 2. De hoogte van de vergoeding voor geleden loonschade wordt in de no-risk polis geregeld.
- 3. Het totaal van alle door de werkgever verkregen subsidies en / of vergoedingen voor loonkosten mag de totale loonsomkosten voor de werknemer niet overstijgen.
Artikel 6 Verplichtingen verbonden aan de voorzieningen
- 1. De aanvraag voor de voorzieningen wordt schriftelijk en uiterlijk binnen één maand na ondertekening van de arbeidsovereenkomst door aanvrager ingediend.
- 2. De aanvraag als bedoeld in lid 1 wordt vergezeld van een ondertekende arbeidsovereenkomst.
- 3. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde duur dan wel voor bepaalde duur doch voor minimaal 12 aaneengesloten maanden.
- 4. Het dienstverband heeft een dusdanig loonniveau dat een beroep op een aanvullende uitkering niet noodzakelijk is.
- 5. Van het bepaalde in het vierde lid kan worden afgeweken als uit recent uitgevoerd objectief onderzoek is gebleken dat de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel b of c niet in staat is om het aantal uren te werken dat nodig is om geen beroep meer te hoeven doen op een aanvullende uitkering.
- 6. De werkgever is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar de juistheid en doelmatigheid van de verstrekte voorzieningen.
- 7. Wanneer de indienstneming niet leidt tot een netto-toename van het aantal werknemers in de betrokken vestiging, moeten de vacatures zijn ontstaan ten gevolge van ontslag of vermindering van werktijd, beide op initiatief van de werknemer, ouderdomspensioen of gewettigd ontslag, en niet door afvloeiingen.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 7 Overige bepalingen
- 1. Betalingen van loonkostensubsidie op grond van dit besluit vinden plaats per kwartaal achteraf op basis van declaratie door aanvrager. Het college stelt hiervoor een declaratieformulier ter beschikking.
- 2. De no-risk polis wordt bij aanvang van het dienstverband aan aanvrager verstrekt of zoveel later als de aanvraag wordt ingediend.
- 3. Aanvrager is zelf verantwoordelijk voor activering van de no-risk polis en naleving van de daarin opgenomen voorwaarden.
- 4. Bij gelijktijdige toepassing van loonkostensubsidie en de no-risk polis gaat, in geval van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte, toepassing van de no-risk polis voor.
- 5. De documenten betrekking hebbend op de uitvoering van dit uitvoeringsbesluit dienen tenminste tot 10 jaar na beëindiging van de voorzieningen gearchiveerd te blijven.
Artikel 8 Plafond
Het college kan besluiten om een plafond in te stellen voor het aantal personen waarvoor een beroep gedaan kan worden op een of meerdere voorzieningen als bedoeld in artikel 2.
Artikel 9 Toepasselijkheid van het besluit
- 1. Dit besluit is van toepassing op loonkostensubsidies en no-riskpolissen die worden verleend vanaf de dag van inwerkingtreden van dit besluit.
- 2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit vinden geen toekenningen plaats op grond van het uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-riskpolis gericht op re-integratie zoals vastgesteld bij collegeraadsbesluit van 16 juni 2008.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2010.
Artikel 11 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald: Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie 2010, gemeente Oosterhout.
Aldus vastgesteld op 27 juli 2010
de burgemeester de secretaris
Toelichting
Algemene toelichting
Op grond van artikel 8, lid 4 en artikel 13 van de Re-integratieverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout (hierna: Re-integratieverordening) heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot het opstellen van een Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis. In dit uitvoeringsbesluit stelt het college regels met betrekking tot het verstrekken van voorzieningen aan werkgevers die met uitkeringsgerechtigden een arbeidsovereenkomst aangaan. Het College stelt regels met betrekking tot de vorm waarin de voorzieningen wordt aangeboden, de duur van de voorzieningen, de hoogte en de verplichtingen die aan de voorzieningen worden verbonden.
Het college heeft geen onbeperkte vrijheid:
- - in artikel 13, lid 3 van de Re-integratieverordening wordt een beperkende conditie opgenomen met betrekking tot concurrentieverhoudingen en verdringing;
- - in het uitvoeringsbesluit wordt ook verwezen naar de algemene groepsvrijstellingsverordening die in Europees verband is opgesteld. Op grond hiervan wordt voorkomen dat met staatssteun de mededinging voor bepaalde ondernemingen wordt vervalst en het interstatelijk handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Hierdoor wordt meteen voldaan aan het gestelde in artikel 13, lid 3, van de Re-integratieverordening.
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is relevant (en wordt in de aanhef vermeld) omdat voor één van de voorzieningen uit dit uitvoeringsbesluit, namelijk loonkostensubsidie, de bepalingen uit deze titel van toepassing zijn.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit artikel worden de gehanteerde begrippen nader omschreven. Met name de voor dit uitvoeringsbesluit relevante doelgroepen voor toepassing van voorzieningen worden hier gedefinieerd: de uitkeringsgerechtigde en de deelnemer aan Work First. Bij de doelgroep waarvoor de voorzieningen uit dit uitvoeringsbesluit worden ingezet is aansluiting gezocht bij het begrip kwetsbare werknemer uit de algemene groepsvrijstellingsverordening van de Europese commissie. (EG nr.800/2008). Volgens deze bepaling vallen de volgende categorieën onder het begrip kwetsbare werknemer:
- - een persoon die in de voorafgaande 6 maanden geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden;
- - een persoon die geen diploma van hoger middelbaar onderwijs heeft behaald of geen beroepsopleiding heeft gevolgd;
- - een persoon die ouder is dan 50 jaar;
- - een persoon die als alleenstaande volwassene de zorg heeft voor één of meer ten laste komende personen;
- - een persoon die werkzaam is in een sector of beroep in een lidstaat waar een gebrek aan evenwicht bestaat tussen mannen en vrouwen dat ten minste 25% groter is dan de gemiddelde verhouding tussen mannen en vrouwen in alle economische sectoren in die lidstaat indien die persoon tot de ondervertegenwoordigde geslachtsgroep behoort;
- - een persoon die behoort tot een etnische minderheid in een lidstaat en van wie het profiel met betrekking tot talenkennis, beroepsopleiding of werkervaring moet worden bijgesteld om zijn vooruitzicht op het verkrijgen van vast werk te verbeteren.
Zowel bij de begripsomschrijving van uitkeringsgerechtigde (lid 2, onderdeel b) als de begripsomschrijving van de deelnemer Work First (lid 2, onderdeel c) wordt deze koppeling met het begrip kwetsbare werknemer gelegd.
De loonkostensubsidie wordt vastgesteld als percentage van het loon. Gelet hierop is het noodzakelijk om het begrip loon te definiëren. Lid 2, onderdeel d voorziet hierin.
Iedere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die rechtmatig in Nederland is gevestigd kan worden aangemerkt als werkgever in de zin van dit uitvoeringsbesluit.
Hoofdstuk 2 Voorzieningen
Artikel 2 De voorzieningen
De voorziening kan de vorm hebben van een subsidie voor loonkosten (lid 1, onderdeel a) gericht op het compenseren van een mogelijk gemis aan productiviteit bij het in dienst nemen van een persoon uit de doelgroep. Ook kan een voorziening worden aangeboden in de vorm van een no-risk polis (lid 1 onderdeel b). Deze polis voorziet in een compensatie voor door de werkgever geleden loonschade als gevolg van ziekteverzuim door de werknemer met wie een dienstverband is aangegaan. Deze polis is door het college ingekocht bij een verzekeraar en wordt met toepassing van dit uitvoeringsbesluit verstrekt aan een werkgever. Bij activering van de polis door de werkgever ontstaat een overeenkomst tussen de werkgever aan wie de polis vertrekt is en de betreffende verzekeraar. De polisvoorwaarden zijn afhankelijk van de voorwaarden die de gemeente bij de verzekeraar heeft bedongen.
De verstrekking van de loonkostensubsidie is bedoeld om de werkgever op twee onderdelen te compenseren. In de eerste plaats gaat het om compensatie van verminderde productiviteit van de werknemer. Ten tweede betreft het een compensatie van de begeleiding die geboden moet worden aan de werknemer. Achterliggende gedachte hierbij is dat de kwetsbare werknemer, zeker in de beginperiode, meer begeleiding nodig heeft, die uitgaat boven de begeleiding die voortvloeit uit goed werkgeverschap. Deze extra begeleiding gaat dan ten kosten van de productiviteit van de begeleider en daarom is compensatie op zijn plaats. In het algemeen zullen afspraken gemaakt worden met de werkgever over de wijze waarop deze begeleiding vorm gegeven wordt.
Artikel 3 Recht op de voorzieningen
Dit artikel regelt wie een beroep kan doen op de voorzieningen uit artikel 2.
In lid 1 van dit artikel wordt geregeld dat aan een werkgever die iemand uit de doelgroep in dienst neemt een voorziening als bedoeld in artikel 2 kan worden aangeboden. De doelgroep bestaat uit uitkeringsgerechtigden en deelnemers aan Work First die kunnen worden aangemerkt als kwetsbare werknemer.
Er is sprake van een generieke regeling: een maatregel waarvan alle bedrijven in alle sectoren gebruik kunnen maken, ongeacht vestigingsplaats of plaats van tewerkstelling van de medewerker. Hiermee wordt voldaan aan Europese regelgeving over staatssteun. Toch is sprake van een uitzondering. De opdrachtnemer van Work First kan in het kader van de uitvoering van Work First geen aanspraak maken op de in dit uitvoeringsbesluit genoemde voorzieningen omdat met deze werkgever op grond van het uitvoeringsbesluit Work First een opdrachtbeschrijving is opgesteld voor gelijksoortige voorzieningen waarin Europese regelgeving over staatssteun is verwerkt.
Artikel 4 Duur van de voorzieningen
Dit artikel regelt de duur van de voorzieningen. De duur van de voorziening is maximaal een jaar. In het derde lid is nog expliciet vastgesteld dat de voorziening nooit langer duurt dan het dienstverband.
Artikel 5 Hoogte van de voorzieningen
Dit artikel regelt de hoogte van de subsidie.
In het eerste lid is de hoogte van de loonkostensubsidie vastgesteld. Zoals in artikel 2 bepaald, is deze loonkostensubsidie bedoeld ter compensatie van een verminderde productiviteit van de werknemer en het productiviteitsverlies dat voortvloeit uit de extra begeleiding. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld als percentage van het loon. In de begripsbepaling in artikel 1 is dit loon bepaald op het bruto contractloon inclusief werkgeverslasten.
Gedurende de eerste 6 maanden van het dienstverband wordt de loonkostensubsidie vastgesteld op 40% van het loon. Er mag van worden uitgegaan dat de arbeidsproductiviteit van de werknemer in het eerste halfjaar verbetert en dat na dit eerste halfjaar ook minder begeleiding nodig is. Gelet hierop kan de loonkostensubsidie in het tweede halfjaar op een lager percentage worden vastgesteld.
Lid 2 stelt dat de hoogte van de vergoeding voor geleden loonschade bij ziekte afhankelijk is van de in de verzekeringspolis opgenomen voorwaarden. Het college stelt een polis van een derde partij beschikbaar die voorziet in een vergoeding voor geleden loonschade als gevolg van ziekte van een werknemer in de zin van dit uitvoeringsbesluit. Aanbestedingsregels zorgen ervoor dat de inhoud van een dergelijke polis aan marktwerking onderhevig is. Daarom wordt in dit uitvoeringsbesluit geen uitspraak gedaan over de precieze hoogte van de vergoeding voor geleden loonschade en wordt verwezen naar de inhoud van de van toepassing zijnde polis. Het spreekt voor zich dat het college de aanvrager op voorhand dient te informeren over de inhoud van de polis.
In lid 3 wordt geregeld dat het totaal van de subsidies voor loonkosten de loonsomkosten niet mogen overstijgen. In dit verband doet de vraag zich voor hoe te handelen bij een periode van ziekte. Indien de werkgever gehouden het loon door te betalen verandert er niets aan de regeling. Indien evenwel het UWV of een andere verzekeraar de doorbetaling van het loon overneemt, zal naar verwachting niet voldaan worden aan het gestelde in dit lid. Dit houdt in dat tijdelijk geen subsidie betaalbaar wordt gesteld.
Artikel 6 Verplichtingen verbonden aan subsidieverlening
In artikel 6 worden verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening vermeld. In dit artikel wordt in een aantal gevallen gesproken over ondertekening en het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Het spreekt voor zich dat ook een aanstelling of benoeming bij een (overheids)werkgever hiermee gelijk kan worden gesteld.
Uit de samenhang van de leden 2, 3 en 4 blijkt dat subsidieverlening gericht is op duurzame en volledige uitstroom uit de uitkering.
Er kan zich echter een situatie voordoen waarin objectief is vastgesteld dat de werknemer niet in staat is om een dienstverband te vervullen met de omvang die nodig is om uit de uitkering te geraken. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als betrokkene medische beperkingen heeft. In een dergelijke situatie kan het toch zinvol zijn dat betrokkene met een deeltijdbaan gedeeltelijk in staat is om het eigen inkomen te verwerven. Voor deze categorie biedt het vijfde lid een uitzondering op het vierde lid. Deze uitzondering kan alleen aan de orde zijn als recent is vastgesteld dat betrokkene niet in staat is om voldoende uren te werken om uitkeringsonafhankelijkheid te realiseren. Recent is in dit geval dat de diagnose waarbij dit is vastgesteld niet ouder is dan 6 maanden.
Op grond van lid 6 van het besluit kan door of vanwege de Gemeente Oosterhout een onderzoek ingesteld worden naar een doelmatige en rechtmatige besteding van de verstrekte middelen. Dit is van belang voor een optimale audit welke ook bij de ketenpartners kan plaatsvinden.
Lid 7 van dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat de inzet van voorzieningen uit dit uitvoeringsbesluit verdringingseffecten met zich mee brengen.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 7 Overige bepalingen
In het artikel 7 is een aantal slotbepalingen opgenomen.
In lid 1 wordt geregeld op welke momenten de betalingen van loonkostensubsidie aan de werkgever plaatsvinden. De betalingen vinden achteraf plaats en het verzoek daartoe wordt ondersteund door middel van de mee te zenden salarisstroken. Hieruit moet blijken dat nog steeds aan de voorwaarden wordt voldaan.
In lid 2 en 3 wordt het moment van verstrekken van de no-risk polis geregeld. Van belang is dat tijdig de aanvraag wordt ingediend om ook tijdig de polis te kunnen activeren en dus te profiteren van de werking van de polis. Na activering van de polis ontstaat een overeenkomst tussen werkgever en verzekeraar. De aanvrager is vanaf dat moment ook zelf verantwoordelijk voor naleving van de in de polis vervatte voorwaarden.
In lid 4 is geregeld dat bij gelijktijdige toepassing van voorzieningen, toepassing van de no-risk polis voorrang heeft. Loonbetaling wordt dan overgenomen door de verzekeraar waardoor verstrekking van loonkostensubsidie niet langer noodzakelijk is.
In lid 5 is de bewaartermijn geregeld. Deze bepaling in onder andere van belang vanwege de controle op de naleving van Europese regelgeving ten aanzien van staatssteun.
Artikel 8 Plafond
Op grond van artikel 8, lid 2, van de verordening kan het College van Burgemeester en Wethouders bij uitvoeringsbesluit een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Dit wordt in dit uitvoeringsbesluit nogmaals expliciet vermeld. Op dit moment wordt er echter nog niet gekozen voor het vaststellen van een plafond. Indien het college besluit een plafond vast te stellen, zal dit bekendgemaakt moeten worden.
Artikel 9 Toepasselijkheid van het besluit
In dit artikel is geregeld dat dit besluit van toepassing is op loonkostensubsidies en no-riskpolissen die worden verleend vanaf de datum van inwerkingtreding. Vanaf dat moment vinden er geen toekenningen meer plaats op basis van het oude uitvoeringsbesluit. Uiteraard blijft het oude uitvoeringsbesluit wel van toepassing op al verleende voorzieningen.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 11 Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
