U bent hier: Regelingen » Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no risk polis gericht op re integratie » 01-07-2008
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie
Deze regeling is in werking getreden op 01-07-2008.
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Oosterhout |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie |
| Citeertitel | Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
|
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp | maatschappelijke zorg en welzijn |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Uitvoeringsbesluit op basis van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand van de gemeente Oosterhout
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Re-integratieverordening Wet werk en bijstand, artikel 9, lid 4 en artikel 13
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 01-07-2008 | nieuwe regeling | 16-06-2008 Weekblad Oosterhout, 25-06-2008 |
BI.008047 |
Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Oosterhout;
gelezen het daartoe strekkende voorstel behandeld in haar vergadering van 16 juni 2008;
gelet op artikel 9, lid 4 en artikel 13 van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand; de verordening werkgelegenheidssteun (EG) nr. 2204/2002 van de commissie van 12 december 2002; de beleidsaanbeveling loonkostensubsidie en Europese regeling als bijlage gevoegd bij de verzamelbrief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van april 2004; en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
;
overwegende dat het noodzakelijk is de verstrekking van loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie bij uitvoeringsbesluit te regelen;
besluit
vast te stellen: “het uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie”.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
- 1. Alle begrippen die in dit uitvoeringsbesluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand.
- 2. In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder:
- a. verordening: de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Oosterhout;
- b. uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder e, van de verordening die langer dan 6 maanden werkloos is;
- c. deelnemer Work First: de persoon die een dienstbetrekking heeft met toepassing van het uitvoeringsbesluit Work First en direct voorafgaand aan dit dienstverband langer dan 6 maanden werkloos is geweest;
- d. de persoon die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst: de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder e van de verordening die een taalniveau heeft dat lager ligt dan A2 conform Europese Raamwerk voor moderne Vreemde Talen (CEFR) voor zowel schriftelijke als mondelinge vaardigheden dan wel naar het oordeel van het college over onvoldoende taalniveau beschikt om regulier werk te aanvaarden;
- e. beperkte uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder e, van de verordening voor wie op basis van een recente medisch-arbeidsdeskundige beoordeling is gebleken dat sprake is van een structureel verminderde fysieke en / of psychische belastbaarheid waardoor maximaal 28 uur per week kan worden gewerkt;
- f. Wsw-geïndiceerde uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder e, van de verordening die op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 11, eerste of tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening
, behoren tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening. - g. loon: het bruto contract loon, lager dan 150% van het geldende minimumloon, uit de met toepassing van dit besluit verkregen betrekking inclusief werkgeverslasten;
- h. werkgever: de privaatrechtelijke rechtspersoon, rechtmatig gevestigd te Nederland dan wel publiekrechtelijke rechtspersoon te Nederland;
- i. werknemer: de persoon die een dienstverband heeft met toepassing van dit uitvoeringsbesluit;
- j. aanvrager: de rechtspersoon als bedoeld onder h;
- k. no-risk polis: de polis die door Burgemeester en Wethouders ten behoeve van de aanvrager bij een verzekeraar wordt afgesloten ter vergoeding van geleden loonschade als gevolg van ziekteverzuim ten tijde van het dienstverband;
- l. regulier werk: een dienstverband waarbij geen sprake is van inzet van voorzieningen als bedoeld in dit uitvoeringsbesluit.
Hoofdstuk 2 Voorzieningen
Artikel 2 De voorzieningen
De volgende voorzieningen kunnen aan de werkgever worden aangeboden:
- 1. een loonkostensubsidie;
- 2. een no-risk polis;
- 3. begeleiding van de werknemer gericht op het zo goed mogelijk functioneren bij de werkgever dan wel begeleiding gericht op aanvaarding van regulier werk.
Artikel 3 Recht op de voorzieningen
- 1. Een werkgever, niet zijnde de opdrachtnemer als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel i, van het uitvoeringsbesluit Work First, die een persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderdeel b, c, d, e of f een dienstverband aanbiedt, kan in aanmerking komen voor de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, als voldaan wordt aan de verplichtingen genoemd in artikel 6.
- 2. Indien een dienstverband wordt aangeboden aan een persoon die behoort tot meer dan een van de in lid 1 benoemde categorieën, zijn uitsluitend de voorzieningen behorend bij de voor de aanvrager meest gunstige categorie van toepassing.
- 3. Op initiatief van het College van Burgemeester en Wethouders kan aan de werknemer begeleiding gericht op aanvaarding van regulier werk worden geboden.
Artikel 4 Duur van de voorzieningen
- 1. De duur van de loonkostensubsidie voor de uitkeringsgerechtigde en de deelnemer Work First is één jaar.
- 2. De duur van de loonkostensubsidie voor de persoon die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en de beperkte uitkeringsgerechtigde is twee jaar.
- 3. De loonkostensubsidie voor de Wsw-geïndiceerde uitkeringsgerechtigde wordt verstrekt voor de duur dat deze persoon op de Wsw-wachtlijst staat.
- 4. De no-risk polis wordt verstrekt voor maximaal één jaar.
- 5. De duur van de begeleiding van de werknemer als bedoeld in artikel 2, lid 3, is maximaal 2 jaar.
- 6. Een voorziening duurt nooit langer dan het dienstverband.
Artikel 5 Hoogte van de voorzieningen
- 1. De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt voor de uitkeringsgerechtigde en de deelnemer Work First 40% van het loon op jaarbasis.
- 2. De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt voor de beperkte uitkeringsgerechtigde en de persoon die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst 80% van het loon op jaarbasis.
- 3. De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt voor de Wsw-geïndiceerde uitkeringsgerechtigde 100% van het loon op jaarbasis.
- 4. De hoogte van de vergoeding voor geleden loonschade wordt in de no-risk polis geregeld.
- 5. De hoogte van de vergoeding voor begeleiding wordt in overleg met de werkgever afgestemd op de behoefte van de werknemer en bedraagt maximaal € 4.500,-- per werknemer per jaar.
- 6. Het totaal van alle door de werkgever verkregen subsidies en / of vergoedingen voor loonkosten mag de totale loonsomkosten voor de werknemer niet overstijgen.
Artikel 6 Verplichtingen verbonden aan de voorzieningen
- 1. De aanvraag voor de voorzieningen wordt schriftelijk en uiterlijk binnen één maand na ondertekening van de arbeidsovereenkomst door aanvrager ingediend.
- 2. De aanvraag als bedoeld in lid 1 wordt vergezeld van een ondertekende arbeidsovereenkomst.
- 3. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde duur dan wel voor bepaalde duur doch voor minimaal 12 aanééngesloten maanden.
- 4. Met uitzondering van een dienstbetrekking die met een persoon als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d, e en f wordt aangegaan, heeft het dienstverband een dusdanig loonniveau dat een beroep op een aanvullende uitkering niet noodzakelijk is.
- 5. Indien sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, lid 3, is de werkgever verplicht medewerking te verlenen aan de geboden begeleiding.
- 6. De werkgever is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar de juistheid en doelmatigheid van de verstrekte voorzieningen.
- 7. Wanneer de indienstneming niet leidt tot een netto-toename van het aantal werknemers in de betrokken vestiging, moeten de vacatures zijn ontstaan ten gevolge van ontslag of vermindering van werktijd, beide op initiatief van de werknemer, ouderdomspensioen of gewettigd ontslag, en niet door afvloeiingen.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 7 Overige bepalingen
- 1. Betalingen van loonkostensubsidie op grond van dit besluit vinden plaats per kwartaal achteraf op basis van declaratie door aanvrager. Het college stelt hiervoor een declaratieformulier ter beschikking.
- 2. De no-risk polis wordt bij aanvang van het dienstverband aan aanvrager verstrekt of zoveel later als de aanvraag wordt ingediend.
- 3. Aanvrager is zelf verantwoordelijk voor activering van de polis en naleving van de daarin opgenomen voorwaarden.
- 4. Bij gelijktijdige toepassing van loonkostensubsidie en de no-risk polis gaat, in geval van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte, toepassing van de no-risk polis voor.
- 5. De documenten betrekking hebbend op de uitvoering van dit uitvoeringsbesluit dienen tenminste tot 10 jaar na beëindiging van de voorzieningen gearchiveerd te blijven.
- 6. De inzet van middelen op grond van dit uitvoeringsbesluit evenals de behaalde resultaten worden jaarlijks vermeld in het op te stellen beleidsverslag.
Artikel 8 Plafond
Voor het jaar 2008 is het aantal personen waarvoor een beroep gedaan kan worden op een of meerdere voorzieningen als bedoeld in artikel 2, vastgesteld op maximaal 85.
Artikel 9 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.
Artikel 10 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald: Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis gericht op re-integratie.
Aldus vastgesteld op 16 juni 2008
de burgemeester de secretaris
Toelichting
Algemene toelichting
Op grond van artikel 9, lid 4 en artikel 13 van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot het opstellen van Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en no-risk polis. In dit uitvoeringsbesluit stelt het college regels met betrekking tot het verstrekken van voorzieningen aan werkgevers die met uitkeringsgerechtigden een arbeidsovereenkomst aangaan. Het College stelt regels met betrekking tot de vorm waarin de voorzieningen wordt aangeboden, de duur van de voorzieningen, de hoogte en de verplichtingen die aan de voorzieningen worden verbonden.
Het college heeft geen onbeperkte vrijheid:
- - in artikel 13, lid 3, Re-integratieverordening Wet werk en bijstand wordt een beperkende conditie opgenomen met betrekking tot concurrentieverhoudingen en verdringing;
- - in het uitvoeringsbesluit wordt ook verwezen naar de beleidsaanbeveling welke is opgenomen in de verzamelbrief van april 2004, evenals de verordening werkgelegenheidssteun, welke in EG-verband is opgesteld. Door deze twee elementen op te nemen in dit uitvoeringsbesluit en hiernaar te verwijzen, wordt voldaan aan de EG richtlijnen op dit gebied. Op grond hiervan wordt voorkomen dat met staatssteun de mededinging voor bepaalde ondernemingen wordt vervalst en het interstatelijk handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Overigens, door toepassing van de beleidsregel wordt meteen ook voldaan aan het gestelde in artikel 13, lid 3, van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand.
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is relevant (en wordt in de aanhef vermeld) omdat voor één van de voorzieningen uit dit uitvoeringsbesluit, namelijk loonkostensubsidie, de bepalingen uit deze titel van toepassing zijn. De overige voorzieningen uit dit uitvoeringsbesluit worden niet aangemerkt als subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikelgewijze toelichting.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit artikel worden de gehanteerde begrippen nader omschreven. Met name de voor dit uitvoeringsbesluit relevante doelgroepen voor toepassing van voorzieningen worden hier gedefinieerd: de uitkeringsgerechtigde, de deelnemer aan Work First, de beperkte uitkeringsgerechtigde, de persoon die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en de uitkeringsgerechtigde met een Wsw-indicatie. In verband met de grotere afstand tot de arbeidsmarkt is voor de laatste drie groepen geen eisen gesteld aan de werkloosheidsduur.
In de definitie van de persoon die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, is rekening gehouden met twee mogelijke situaties: Personen die door herkomst uit een anderstalig land nog geen adequaat taalniveau hebben en personen met een Nederlandstalige achtergrond die over onvoldoende lees- en schrijfvaardigheden beschikken (laaggeletterden). Voor de eerste groep bestaat een objectief criterium op basis waarvan niveauvaststelling plaats kan vinden in de vorm van het Europese Raamwerk voor moderne Vreemde Talen (CEFR). Voor de tweede groep is dit in ontwikkeling en zal het college zichzelf een gemotiveerd oordeel moeten vormen over de vraag of voor de betrokken persoon sprake is van een laag taalniveau dat belemmeringen oplevert om regulier werk te aanvaarden.
Hoofdstuk 2 Voorzieningen
Artikel 2 De voorzieningen
De voorziening kan de vorm hebben van een subsidie voor loonkosten (onder 1) gericht op het compenseren van een mogelijk gemis aan productiviteit bij het in dienst nemen van een persoon uit de doelgroep. Ook kan een voorziening worden aangeboden in de vorm van een no-risk polis (onder 2). Deze polis voorziet in een compensatie voor door de werkgever geleden loonschade als gevolg van ziekteverzuim door de werknemer met wie een dienstverband is aangegaan. Deze polis is door het college ingekocht bij een verzekeraar en wordt met toepassing van dit uitvoeringsbesluit verstrekt aan een werkgever. Bij activering van de polis door de werkgever ontstaat een overeenkomst tussen de werkgever aan wie de polis vertrekt is en de betreffende verzekeraar. De polisvoorwaarden zijn afhankelijk van de voorwaarden die de gemeente bij de verzekeraar heeft bedongen. Omdat doelstelling van het uitvoeringsbesluit is om personen uit de doelgroep uitzicht te geven op duurzame arbeidsparticipatie, wordt naast enkele algemene voorzieningen onder 3 de mogelijkheid omschreven aan de werkgever een vorm van begeleiding voor de werknemer beschikbaar te stellen. Deze is niet strak omschreven. Zo kan door het college op diverse manieren maatwerk worden geleverd en aansluiting worden gezocht op de behoefte van de werkgever (aanvrager) en de werknemer. Scholing kan hier ook onderdeel van uitmaken. Begeleiding is gericht op ondersteuning van een goede taakvervulling door de werknemer. Ook kan de begeleiding gericht zijn op verwerving van een dienstverband waarbij geen sprake is van inzet van voorzieningen uit dit uitvoeringsbesluit. Alhoewel niet de primaire doelstelling van dit uitvoeringsbesluit, kan dit ook betrekking hebben op het vinden van werk bij een andere werkgever.
Artikel 3 Recht op de voorzieningen
Dit artikel regelt wie een beroep kan doen op de voorzieningen uit artikel 2.
In lid 1 van dit artikel wordt geregeld dat aan een werkgever die iemand uit de doelgroep in dienst neemt een voorziening als bedoeld in artikel 2 kan worden aangeboden (loonkostensubsidie, no-risk polis en begeleiding). De doelgroep bestaat uit:
- - Uitkeringsgerechtigden;
- - Deelnemers aan Work First;
- - Personen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen;
- - Beperkte uitkeringsgerechtigden; en
- - Personen die een uitkering ontvangen en voor wie sprake is van een Wsw-indicatie.
Er is sprake van een generieke regeling: een maatregel waarvan alle bedrijven in alle sectoren gebruik kunnen maken, ongeacht vestigingsplaats op plaats van tewerkstelling van de medewerker. Hiermee is tegemoet gekomen aan de beleidsaanbeveling zoals gevoegd bij de verzamelbrief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van april 2004 verband houden met Europese regelgeving omtrent staatssteun. Toch is sprake van een uitzondering. De opdrachtnemer van Work First kan in het kader van de uitvoering van Work First geen aanspraak maken op de in dit uitvoeringsbesluit genoemde voorzieningen omdat met deze werkgever op grond van het uitvoeringsbesluit Work First een opdrachtbeschrijving is opgesteld voor gelijksoortige voorzieningen waarin Europese regelgeving omtrent staatssteun is verwerkt.
Een werkgever kan iemand in dienst nemen die tot meer dan één van de in lid 1 genoemde doelgroepen behoort. In lid 2 van dit artikel wordt daarom geregeld dat als een beroep wordt gedaan op voorzieningen bij het in dienst nemen van een werknemer uitsluitend de meest gunstige categorie of doelgroep (als het gaat om aanspraak op voorzieningen) van toepassing is. Zo wordt het voor de werkgever meest gunstige regime aangehouden en tegelijkertijd voorkomen dat cumulatie tot een onevenredig groot beroep voorzieningen leidt.
In lid 3 wordt aan het college de mogelijkheid geboden om op eigen initiatief voor de werknemer begeleiding in te zetten gericht op aanvaarding van regulier werk. Hiermee wordt niet beoogd te pas en te onpas te interveniëren in de relatie die werkgever en werknemer (van rechtswege) hebben. De doelstelling van de regeling (perspectief op duurzame arbeidsparticipatie voor personen uit de doelgroep) kan in sommige situaties op gespannen voet staan met het belang van een werkgever. Voor zover hiervan sprake is, kan het college ten tijde van het dienstverband op eigen initiatief actie ondernemen en (in overleg met de werknemer) ondersteuning bieden aan de werknemer en deze dienstverlening aanbieden gericht op het vinden van een volgende baan. Op grond van artikel 6, lid 5, is de werkgever, als onderdeel van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, verplicht hieraan zijn medewerking te verlenen.
Artikel 4 Duur van de voorzieningen
Dit artikel regelt de duur van de voorzieningen.
Gekozen is voor een gedifferentieerde duur van de diverse vormen waarin de voorziening wordt aangeboden. Deze doet recht aan de kwetsbaarheid van de onderscheiden groepen. Toepassing van de voorziening is daarbij altijd gekoppeld aan de aanwezigheid van een dienstverband.
Artikel 5 Hoogte van de voorzieningen
Dit artikel regelt de hoogte van de subsidie.
In artikel 4 is gesproken over de gedifferentieerde duur van de subsidie die recht doet aan de kwetsbaarheid van de onderscheiden groepen. De combinatie van duur van de voorziening en de hoogte hiervan kan voor een werkgever een stimulans zijn om een uitkeringsgerechtigde in dienst te nemen.
In lid 1 tot en met 3 worden de percentages loonkostensubsidie voor de verschillende doelgroepen vermeld. Lid 4 stelt dat de hoogte van de vergoeding afhankelijk is van de in de verzekeringspolis opgenomen voorwaarden. Het college stelt een polis van een derde partij beschikbaar die voorziet in een vergoeding voor geleden loonschade als gevolg van ziekte van een werknemer in de zin van dit uitvoeringsbesluit. Aanbestedingsregels zorgen ervoor dat de inhoud van een dergelijke polis aan marktwerking onderhevig is. Daarom wordt in dit uitvoeringsbesluit geen uitspraak gedaan over de precieze hoogte van de vergoeding voor geleden loonschade en wordt verwezen naar de inhoud van de van toepassing zijnde polis. Het spreekt voor zich dat het college de aanvrager op voorhand dient te informeren over de inhoud van de polis. Lid 5 bepaalt dat begeleiding wordt afgestemd in overleg met de werkgever en werknemer en stelt een maximum voor de begeleidingskosten. De maximering van begeleidingskosten is ter beheersing van kosten, maar ook ter borging van rechtsgelijkheid. Daar waar zich als gevolg van strikte toepassing van dit lid onbillijkheden van overwegende aard voordoen, kan hier op grond van de in de re-integratieverordening opgenomen hardheidsclausule worden afgeweken van het gestelde maximumbedrag. In lid 6 wordt geregeld dat het totaal van de subsidies voor loonkosten de loonsomkosten niet mogen overstijgen. In dit verband doet de vraag zich voor hoe te handelen bij een periode van ziekte. Indien de werkgever gehouden het loon door te betalen verandert er niets aan de regeling. Indien evenwel het UWV of een andere verzekeraar de doorbetaling van het loon overneemt, zal naar verwachting niet voldaan worden aan het gestelde in dit lid. Dit houdt in dat tijdelijk geen subsidie betaalbaar wordt gesteld.
Artikel 6 Verplichtingen verbonden aan subsidieverlening
In artikel 6 worden verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening vermeld. In dit artikel wordt gesproken in een aantal gevallen gesproken over ondertekening en het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Het spreekt voor zich dat ook een aanstelling of benoeming bij een (overheids)werkgever hiermee gelijk kan worden gesteld.
Uit de samenhang van de leden 2, 3 en 4 blijkt dat subsidieverlening gericht is op duurzame en volledige uitstroom uit de uitkering. Subsidie bij parttime werkzaamheden met een aanvullende uitkering is alleen mogelijk voor beperkte uitkeringsgerechtigden, personen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen en personen met een Wsw-indicatie. De reden hiervan is dat volledige uitkeringsonafhankelijkheid moeilijk te realiseren zal zijn. Beperkte fysieke en mentale belastbaarheid of een taalachterstand kan volledige uitstroom in de weg staan. Ook kan het wenselijk zijn om in te zetten op een combinatie van werk en verdere ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Op deze manier kan het perspectief op duurzame arbeidsdeelname vergroten. De regeling biedt deze mogelijkheid aan beperkte uitkeringsgerechtigden, personen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen en personen met een Wsw-indicatie.
De betekenis van lid 5 wordt uitgewerkt bij de toelichting op artikel 3, lid 3.
Op grond van lid 6 van het besluit kan door of vanwege de Gemeente Oosterhout een onderzoek ingesteld worden naar een doelmatige en rechtmatige besteding van de verstrekte middelen. Dit is van belang voor een optimale audit welke ook bij de ketenpartners kan plaatsvinden.
Lid 7 van dit artikel is rechtstreeks overgenomen uit de aanbeveling.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 7 Overige bepalingen
In het artikel 7 is een aantal slotbepalingen opgenomen.
In lid 1 wordt geregeld op welke momenten de betalingen van loonkostensubsidie aan de werkgever plaatsvinden. De betalingen vinden achteraf plaats en het verzoek daartoe wordt ondersteund door middel van de mee te zenden salarisstroken. Hieruit zal blijken dat nog steeds aan de voorwaarden wordt voldaan.
In lid 2 en 3 wordt het moment van verstrekken van de no-risk polis geregeld. Van belang is dat tijdig de aanvraag wordt ingediend om ook tijdig de polis te kunnen activeren en dus te profiteren van de werking van de polis. Na activering van de polis ontstaat een overeenkomst tussen werkgever en verzekeraar. De aanvrager is vanaf dat moment ook zelf verantwoordelijk voor naleving van de in de polis vervatte voorwaarden.
In lid 4 is geregeld dat bij gelijktijdige toepassing van voorzieningen, toepassing van de no-risk polis voorrang heeft. Loonbetaling wordt dan overgenomen door de verzekeraar waardoor verstrekking van loonkostensubsidie niet langer noodzakelijk is.
In lid 5 is de bewaartermijn geregeld. Deze bepaling vloeit voort uit de aanbeveling en is dwingend.
In lid 6 is geregeld dat het college jaarlijks in het beleidsverslag inzicht verstrekt in de behaalde resultaten.
Artikel 8 Plafond
Op grond van artikel 8 lid 2 van de verordening kan het College van Burgemeester en Wethouders bij uitvoeringsbesluit een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.
Artikel 9 Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 10 Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
